Rituelen

Wet en belofte

Wet en belofte vormt een methodiek om te werken rond engagement. Het is een overgangsritueel van de kawellen naar jonggivers, die dus plaatsvindt op kamp als laatste jaar kawel. Werken met wet en belofte is je leden leren om ergens voor te gaan, zowel in groep als persoonlijk. De wet is een groepsengagement en de belofte is een persoonlijk engagement.

Door zijn belofte uit te spreken, gaat de jongere akkoord met de scoutsprincipes. Dit is een stap in het begrijpen van de waarden, om ermee vertrouwd te geraken. We willen onze leden bijbrengen dat iedereen in de groep zijn steentje bijdraagt, elk op zijn eigen, unieke manier. Het toont zo ook wie je bent.

 

Totemisatie

De totemisatie is een ritueel binnen scouting waarbij een lid een eigen scoutingnaam krijgt. Het geven van totems, dier- of natuurnamen, is een traditie die haar oorsprong vindt in de rituelen en gewoonten van vele natuurvolkeren. Bij deze volkeren bestond de gewoonte, de eigenschappen (zowel fysische als morele) van een krijger te vergelijken met de eigenschappen van dieren, planten of andere natuurelementen. De kern van de totemisatie is het naamgeven van een persoon naar een dier of natuurelement met wie hij het meeste eigenschappen gemeen heeft.

Tijdens de totemisatie moet de (kleine) krijger bepaalde proeven afleggen. De krijger wordt meestal met zichzelf geconfronteerd, met zijn slechte en goede eigenschappen en vaardigheden. Hij moet zichzelf zien te redden in een vijandige natuur met de meest eenvoudige middelen. Met deze harde proeven kan de krijger bewijzen een waardig (sterk, listig,…) en dus nuttig lid van de groep te zijn. De totemisatie is dus tegelijkertijd individueel en groepsgericht: aanvaarding van het individu in de groep (opname) en erkenning van de persoonlijke eigenheid van elk stamlid afzonderlijk (naamgeving).

De eerste totemisatie vindt plaats vanaf het tweede jaar dat je op tentenkamp meegaat (dus als tweede jaar jonggiver), waarbij de krijger zijn totem krijgt. De tweede totemisatie krijg je als eerste jaar giver, hierbij krijgt hij/zij dan de voor-totem. De voortotem is een eigenschap die niet in je totem zit en zegt dus iets meer over je dierennaam en karakter.  Zo kreeg Robert Baden-Powell (stichter van de scouts) de totem ‘onvermoeibare Hyena’.

Klik hier om je totemdier op te zoeken !

 

Avondlied

Het avondlied wordt door de groepen van Scouts en Gidsen Vlaanderen gezongen

O heer, d’avond is neergekomen,
de zonne zonk, het duister klom.
De winden doorruisen de bomen
en verre sterren staan alom…
Wij knielen neer om u te zingen
in ‘t slapend woud ons avondlied.
Wij danken u voor wat we ontvingen,
en vragen, heer, verlaat ons niet!

Knielen, knielen, knielen wij neder,
door de stilte weerklinkt onze beê
Luist’rend fluist’ren kruinen mee
en sterren staren teder.
Geef ons heer, zegen en rust en vreê.


Oversmijting

Wanneer een lid van de scouts overgaat naar een andere tak (bijvoorbeeld van kapoenen naar kawellen), dan wordt zij of hij als het ware ‘overgesmeten’ door alle leiding. Dit vindt plaats op de overgang zelf.

 

Scoutsgroet

Afbeelding scoutsgroet

De scoutsgroet is één van de meest gebruikte scoutssymbolen. Van Spitsbergen tot Sidney gebruiken scouts en gidsen deze groet. De drie vingers wijzen op de drievoudige scouts- en gidsenbelofte: zichzelf, de andere & God of de wereld. De pink onder de duim wijst op de dienstbaarheid van elke scout of gids: de sterke beschermt de zwakke. De scoutsgroet is een teken dat je het goed meent met elkaar.

Bij kapoenen, kawellen en jonggivers is het gebruikelijk om 2 openstaande vingers te tonen in plaats van 3 gesloten vingers bij hun scoutsgroet. Hun belofte is immers een stuk eenvoudiger dan de latere beloftes bij givers of leiding.

Wereldwijd schudden scouts en gidsen elkaar ook de linkerhand, met de pink omlaag zodat je elkaars pinken en duimen inhaakt.